Urineverlies in de overgang

Een paar druppels urine verliezen als je niest. Net niet op tijd bij het toilet zijn bij hoge nood. Tijdens de overgang merken vrouwen soms dat ze ineens een beetje incontinent worden. Aan ongewenst urineverlies tijdens de overgang kun je gelukkig een hoop zelf doen.

Urineverlies of incontinentie?

Incontinent klinkt meteen zo ernstig, en daarom is het goed om even te nuanceren. Ten eerste komt urineverlies in de overgang vaak voor. Naar schatting heeft zo’n 25% van de volwassen vrouwen er last van. Bovendien is de hoeveelheid urine die je verliest bij iedereen anders. Bij de meeste vrouwen in de overgang gaat het gelukkig om kleine hoeveelheden, zoals een paar druppels of een klein scheutje.

Er zijn verschillende vormen van urineverlies:

Stressincontinentie

Laat je vooral wat druppeltjes lopen als je niest, hoest, tilt of bukt, dan noemen we dat stressincontinentie. Dat heeft niets met mentale stress te maken; stress is namelijk de medische term voor druk. Als je niest, springt of hoest, ontstaat er meer druk in de buikholte, waardoor je darmen en baarmoeder tegen je blaas duwen.

Aandrangincontinentie (urge-incontinentie)

Heb je meer last van urineverlies als je heel nodig naar het toilet moet, dan heet dat aandrangincontinentie. Je merkt dit doordat je direct naar het toilet moet als je aandrang voelt. Vaak ben je dan net te laat of begint de urine al te lopen nog voordat je goed en wel op het toilet zit.

Stressincontinentie komt overigens iets vaker voor in de overgang. Maar er zijn ook vrouwen die zowel stressincontinentie als aandrangincontinentie hebben.

Oorzaken urineverlies in de overgang

Urineverlies tijdens de overgang is vaak een opeenstapeling van factoren. We zetten de belangrijkste op een rij:

Slappere spieren in het bekkengebied

Naar mate de overgang vordert, kunnen je spieren wat verslappen. Dat merk je vooral in het bekkengebied. Je bekkenbodem, het netwerk van spieren die voorheen alle organen netjes op hun plaats hielden, laat de boel nu wat ‘hangen’. Daardoor kunnen je darmen en de baarmoeder wat zakken, en die drukken dan tegen de blaas zodat je aandrang voelt.

Daarnaast gebruik je de bekkenbodemspieren om de plas op te houden. Verlies je spierkracht in dit gebied, dan is het logisch dat je sneller wat druppels urine verliest. Vrouwen die een of meerdere zwangerschappen hebben doorgemaakt, hebben overigens sneller last van slappe bekkenbodemspieren.

Atrofie van de slijmvliezen in de urinewegen

Tijdens de overgang maak je steeds minder oestrogenen aan. Hierdoor verliezen de slijmvliezen hun stevigheid en soepelheid. Het weefsel wordt ook wat dunner. Dit proces noemt men atrofie. Je urinewegen zijn van binnen ook bekleed met slijmvliezen. Als die wat dunner en minder soepel worden, sluiten ze de plasbuis minder goed af. Er kan dan sneller urine ontsnappen. Overigens ben je door die atrofie van de slijmvliezen ook gevoeliger voor andere vaginale klachten, zoals blaasontstekingen en pijn bij het vrijen.

Overgewicht en urine-incontinentie

Een extra risicofactor bij urineverlies in de overgang: overgewicht. Als je te zwaar bent, ontstaat er meer druk in de buikholte. Daardoor komt ook de blaas extra onder druk te staan, wat kan leiden tot meer urineverlies. Gewichtstoename is een bekende overgangsklacht. Doordat de stofwisseling vertraagt kom je tijdens de overgang sneller aan. Dat gewicht wordt meestal ook nog eens opgeslagen in de buikstreek.

Wat kun je doen aan incontinentie tijdens de overgang?

Aan urineverlies in de overgang kun je zelf een paar dingen doen. We zetten de belangrijkste tips voor je op een rij.

Versterk je bekkenbodemspieren

Slappe bekkenbodemspieren zijn prima te versterken door middel van oefeningen. Daar hoef je niet voor naar de sportschool; je kunt ze ‘onzichtbaar’ doen wanneer je maar wil. Je traint je bekkenbodemspieren door ze flink aan te spannen (doe net alsof je je plas ophoudt terwijl je heel nodig moet) en ze dan in vier stappen te ontspannen. Hoe vaker je dit doet, hoe sterker je bekkenbodem wordt. Een fysiotherapeut kan je eventueel meer tips geven.

Let op je gewicht

Blijf op gewicht of probeer af te vallen als je te zwaar bent. Afvallen in de overgang lijkt lastig, maar is echt goed te doen als je je eet- en leefpatroon aanpast. Gezond eten met veel groenten, fruit, gezonde vetten en magere eiwitten kunnen daarbij helpen. Lees hier meer over het belang van gezonde voeding in de overgang.

Blijf goed drinken

Sommige vrouwen gaan minder drinken uit angst dat ze nóg vaker naar het toilet moeten. Dat is niet verstandig; te weinig drinken kan leiden tot blaasontsteking en obstipatie. Bij blaasontsteking moet je ook vaker plassen. Dat geldt ook voor obstipatie: als je last krijgt van verstopping drukken de darmen tegen de blaas, waardoor je sneller urine verliest. Veel drinken helpt blaasontsteking en obstipatie te voorkomen. Met ‘veel’ bedoelen we minimaal 2 liter water, thee of suikervrije frisdrank per dag.

Blijf in beweging

Sporten is dé manier om je spieren in goede conditie te houden, ook die van je bekkenbodem. Heb je veel last van stressincontinentie, kies dan een sport waarbij je niet hoeft te springen of te bukken. Zwemmen en fietsen zijn in dat geval bijvoorbeeld meer geschikt dan tennis of hardlopen.

Zorg voor goede bescherming

Je bent misschien geneigd om die paar druppeltjes urine op te vangen door middel van een standaard inlegkruisje. Verlies je vaker of wat meer urine, dan kun je echter beter speciale beschermingsproducten gebruiken. Deze zijn speciaal afgestemd op urineverlies en absorberen het vocht beter. Hierdoor heb je minder last van ongewenste geurtjes en huidirritatie. Je hoeft trouwens niet bang te zijn dat iemand het ziet of dat je met een grote ‘luier’ rondloopt. Tegenwoordig zijn er hele discrete en kleine inlegkruisjes speciaal voor licht urineverlies verkrijgbaar.

Bekijk hier het aanbod discreet incontinentiemateriaal voor licht urineverlies > (aff.)

Urineverlies in de overgang behandelen

Heb je zoveel last van urineverlies dat het je dagelijks leven ernstig beperkt? Blijf er niet mee rondlopen, maar overleg met je huisarts of gynaecoloog! Er zijn verschillende manieren om urineverlies te behandelen, zoals een operatie, het plaatsen van een vaginale ring of medicijnen om de blaas minder prikkelgevoelig te maken. Je huisarts kan je informeren over de opties.

Bronnen en referenties
*Dit artikel kan affiliate links bevatten, deze zijn te herkennen aan (aff.). Lees voor meer informatie de disclaimer.

Last van de overgang?

Er zijn diverse producten die het enigszins kunnen verlichten, bekijk hier het aanbod (aff.)

Ondersteuning tijdens de overgang >


1 gedachte over “Urineverlies in de overgang”

  1. Wat goed dat jullie ook aandacht schenken aan urineverlies. Een veel voorkomend probleem dat goed te behandelen is.

    Yildiz van der Zijden

    Beantwoorden

Plaats een reactie